Nu is het in veel gevallen nog zo dat de voorbelasting op onroerende zaken, die zowel zakelijk als privé worden gebruikt, volledig en onmiddellijk in aftrek kan worden gebracht. Het privégebruik wordt vervolgens jaarlijks belast. Straks zal de aftrek van voorbelasting ten aanzien van het privégebruik zijn uitgesloten. Daar staat dan wel tegenover dat er dan ook geen heffing van btw meer plaatsvindt over het privégebruik. Ten aanzien van wijzigingen in het zakelijk- en privégebruik van de onroerende zaak na het jaar van aanschaf zal de vooraftrek gedurende 9 jaar jaarlijks moeten worden herzien. Om de nieuwe systematiek te verduidelijken volgt hieronder een voorbeeld.
Voorbeeld
Stel dat de verschuldigde btw voor de aanschaf van uw woon-werkpand dat geheel tot het bedrijfsvermogen gaat behoren, € 40.000 bedraagt. U gebruikt het pand voor 90% voor bedrijfsdoeleinden waarvoor recht op aftrek van voorbelasting bestaat en voor 10% voor privédoeleinden. Onder de nieuwe regeling kunt u € 36.000 (90% van € 40.000) onmiddellijk op uw aangifte in aftrek brengen. Het privégebruik ter grootte van 10% (€ 4.000) wordt uitgesloten van aftrek.
Als het privégebruik vervolgens wijzigt, wordt de in aftrek gebrachte btw gecorrigeerd. Stel dat het privégebruik in het tweede jaar wordt uitgebreid van 10% naar 20%. De vooraftrek die aan dat jaar kan worden toegerekend, moet dan worden herzien. Dit betekent dat 10% van de vooraftrek die aan het tweede jaar is toegerekend, moet worden herzien. Dat is: 10% van € 4.000 (€ 40.000/10 jaar). De herziening over het tweede jaar bedraagt daarom € 400.
Indien het wetsvoorstel wordt aangenomen zal de wijziging per 1 januari 2011 van kracht zijn. Wij adviseren u contact met ons op te nemen om te bepalen wat de gevolgen voor u kunnen zijn van deze wijziging.